AI op de Arbeidsmarkt

Nemen robots écht ons werk over en zo ja, wat betekent dit voor je ontwikkeling als professional en wat betekent dit voor jou, als mens?

Zowel in academische publicaties als in populaire media is de laatste jaren veel aandacht voor de toenemende invloed van AI (artificial intelligence) en robotisering op de arbeidsmarkt. Het Financieel Dagblad voorspelde eind 2015 dat robotisering “jaren van onzekerheid” op de arbeidsmarkt creëert (Leupen, 2015) en De Telegraaf kopte in oktober 2017 dat er als gevolg hiervan in Nederland maar liefst 1 miljoen banen op de tocht staan (Klerks, 2017). Een onderzoeksteam aan de Universiteit van Oxford becijferde zelfs dat 47% van alle banen in de VS over twintig jaar verdwenen is (Postma, 2017). In eerste instantie lijkt dit behoorlijk zorgwekkende berichtgeving. De geschetste impact is dusdanig groot dat het vrijwel onmogelijk is je dit concreet in te beelden. Over twintig jaar bestaat bijna de helft van alle banen in de VS niet meer. Onvoorstelbaar. Tot overmaat van ramp zijn er ook nog de bekende apocalyptische scenario’s uit science fiction films en -boeken zoals I, Robot (Asimov, 1950). In deze spannende verhalenbundel willen robots de gehele mensheid uitroeien, omdat het algoritme bepaalt dat dat in het belang van het voortbestaan van de Aarde is. Niet alleen science fiction filosofeert over dit doemscenario, overigens. Elon Musk, Stephen Hawking en vele andere geroemde technologen en wetenschappers ondertekenden een open brief aan de VN om de ontwikkeling van “killer robots” aan banden te leggen (Clifford, 2017). Vladimir Putin verkondigde op zijn beurt juist dat de natie die de krachtigste AI heeft, uiteindelijk de wereld zal domineren (Meyer, 2017). De media heeft inmiddels haar conclusies getrokken: De robots zijn hier, ze zijn in ieder geval uit op onze banen en misschien zelfs meer!

Het spreekt voor zich dat de genoemde media-uitingen niet bijdragen aan het omarmen van AI en robotisering. Het is immers de toon die de muziek maakt. Wanneer het potentieel van een technologische ontwikkeling, zoals kunstmatige intelligentie, echter wordt beschouwd vanuit angst en onzekerheid, blijven er gegarandeerd kansen liggen. Ze worden over het hoofd gezien, of niet als zodanig herkend, omdat ze gepaard gaan met een negatief sentiment. Het is juist daarom de uitdaging om met een positieve blik naar deze spannende trend te kijken en de mogelijkheden die ze biedt op waarde te schatten. Terwijl we eventuele risico’s onderkennen, durven we toch te kijken naar de kansen en pakken ze. Gelukkig zijn hiervoor ruim voldoende handvatten. Allereerst kunnen we vaststellen dat AI -en robotisering- een hype is, met alle kenmerken die daarbij horen. Onderzoeker Roy Amara definieerde hierover de volgende wetmatigheid: “We tend to overestimate the effect of a new technology in the short run and underestimate the effect in the long run” (Cox, 2017). Kortom, op korte termijn zijn de verwachtingen ten aanzien van AI behoorlijk overspannen en het is niet ondenkbaar dat de rampscenario’s die in de media geschetst worden in de praktijk zullen meevallen. McKinsey onderzoeker Hirscher concludeerde kortgeleden al dat er als gevolg van robotisering juist netto banengroei ontstaat. Er komen meer nieuwe banen bij, dan er verdwijnen (McKinsey, 2017). Het rapport duidt een transitie waarin routinematige vaardigheden in toenemende mate worden uitgevoerd door kunstmatig intelligente robots en slimme algoritmes. In dit opzicht vertoont deze trend noemenswaardige overeenkomsten met de industriële revolutie, waar dankzij de inzet van machines, fysieke kracht werd verveelvoudigd. Vandaag zien we diezelfde ontwikkeling voor cognitieve kracht. Voor “echte mensen” liggen de kansen als gevolg van deze ontwikkeling voornamelijk in de hoek van de sociale- en creatieve vaardigheden (McKinsey, 2017). In lijn met het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid, “De robot als baas” (WRR, 2015), stelt ook McKinsey dat de alfawetenschappen toe zijn aan een herwaardering. Er wordt niet langer gesproken over STEM-vakken (Science, Technology, Engineering and Math), maar over STEAM, waarbij de A staat voor Arts. De cijfers rollen weliswaar uit de computer, maar een prettige presentatie daarvan, voorzien van een analyse die de cijfers in de juiste context plaatst, zal zeker de komende jaren nog mensenwerk blijven. De robots moeten eerst nog even aan hun creatieve- en sociale vaardigheden werken. Vooralsnog is AI niet veel meer dan een overgekwalificeerde rekenmachine. Er zijn nog geen emoties, er is nog geen bewustzijn, er is nog geen ziel. Hollywoodfilms uitgezonderd, natuurlijk.

Heeft iedereen in de nabije toekomst z’n eigen persoonlijke AI-assistent?

Videofragment uit de romantische science fiction komedie ‘Her’, van Spike Jonze. (Jonze, 2013)

Zonder enige twijfel raakt de ontwikkeling van toepassingen van kunstmatige intelligentie de beroepspraktijk van alle faculteiten van de Hogeschool van Amsterdam. We leiden jonge mensen op voor beroepen die soms nog niet eens bestaan. Meer nog dan de generaties die hen voorgingen, moeten zij in staat zijn om samen te werken met (deels) autonome technologie. Niet als een operator die zorgt dat de lopende band blijft lopen, maar vooral als ontwerper die zorgt dat die lopende band vanzelf loopt, zonder dat daar überhaupt een operator voor nodig is. Gebruikmakend van nieuw gereedschap, met remixes van nieuwe technologie en nieuwe inzichten, “standing on the shoulders of giants” zou Newton gezegd hebben. Binnen alle kennisdomeinen waarvoor de HvA opleidt zijn vandaag al spannende ontwikkelingen aan te wijzen waarin de mens samenwerkt met een robot. Het ligt natuurlijk voor de hand om de ontwikkeling van de zelfrijdende auto te benoemen (Hars, 2017), maar er is nog veel meer. Denk bijvoorbeeld aan robotscheidsrechters in de sport, zoals het Hawk-eye systeem (Vance, 2017) of aan robotjuristen (Mannes, 2017) zoals de chatbot DoNotPay, die al kan ondersteunen bij honderden verschillende disputen. Sinds z’n “geboorte” heeft DoNotPay al succesvol bezwaar gemaakt tegen meer dan 9 miljoen dollar aan foutief uitgeschreven parkeerbonnen. Of denk aan robotdokters, die eerder en nauwkeuriger dan hun menselijke collegae, kanker kunnen detecteren (Mukherjee ,2017). Ook in de HRM-wereld is AI inmiddels niet meer weg te denken, in werving- en selectieprocedures (Stokes, 2017). Iets dichter bij huis, in het onderwijs, kennen we natuurlijk de plagiaatdetectie-robot Ephorus, maar er worden ook al robot-coaches ontwikkeld (Leopold, 2017). Om af te sluiten: auteur Ronald Giphart schreef samen met een robot een tiende hoofdstuk voor de eerdergenoemde bundel I, Robot van Isaac Asimov. “We zijn op het punt aangekomen dat robots een behoorlijk goed stukje tekst kunnen produceren”, aldus Giphart (NOS, 2017).

Deze zeven voorbeelden tonen slechts het topje van de ijsberg en geven nog maar ten dele een antwoord op de vraag wat de impact van AI op de arbeidsmarkt is. Wat opvalt is dat de genoemde toepassingen zonder uitzondering een ethische component kennen, waaraan docenten samen met studenten en het beroepenveld invulling en betekenis moeten geven. Welke consequenties hebben deze ontwikkelingen voor ons als mens en als maatschappij? Welk beeld schetsen deze trends en in welk type samenleving willen wij samen leven? Willen we AI op de arbeidsmarkt, of juist niet? Gezien het huidige tempo van de ontwikkelingen zou gesteld kunnen worden dat er geen andere keuze is. Het gebeurt al; vandaag is het nieuwe morgen. De vraag is dan ook vooral hoe we omgaan met die vergaande robotisering en welke vorm we daaraan geven. De industriële revolutie heeft onder andere geleid tot het instellen van de 40-urige werkweek (Widrich,2013). Het is dan ook niet ondenkbaar dat de “cognitieve revolutie” (Kelly, 2016) de 20-urige werkweek mogelijk maakt en ik daardoor straks, nadat ik afgestudeerd ben, in de gelegenheid ben nóg een studie te volgen, gewoon in combinatie met gezin, werk, mantelzorg en andere prettige sociale verplichtingen. Actieve en inclusieve participatie in een pluriforme en veilige maatschappij is van essentieel belang voor ons welbevinden. Als mens leveren we maar al te graag een positieve bijdrage die onze directe omgeving verrijkt of verbetert. Niet iedereen beschikt echter over die creatieve en sociale talenten waarom in het rapport van McKinsey wordt gevraagd. Hoe zorgen wij er samen voor dat íedereen mee kan blijven doen in een wereld waarin we steeds minder moeten?

Deze korte uiteenzetting opende met de vraag: Nemen robots écht ons werk over en wat betekent dit voor je professionele ontwikkeling en voor jou, als mens? En sluit af met een wedervraag:

Welk ethisch besef geven wij onze studenten mee?

Het antwoord op de wedervraag is tevens een antwoord op de vraag die we ons aan het begin van deze verhandeling stelden. Het moreel van de komende generatie kritische professionals bepaalt welk effect robotisering werkelijk op onze arbeidsmarkt en samenleving zal hebben.

~

Dit essay is geschreven door Paul den Hertog (FDMCI) met de intentie een discussie over dit onderwerp aan te wakkeren binnen de muren van de HvA, in aanloop naar de onderwijsconferentie ‘Toekomstgericht onderwijs’ die zal plaatsvinden in april 2018.

Enjoyed reading this article? Share it!